Nederland
Misleidende patiënten en meebuigende artsen die doelpalen verzetten: ethische grenzen worden verder opgerekt
26 augustus 2026
|
Hermes Postma

De wettelijke eisen van de WGBO tegenover de praktijk van de genderkliniek.
In augustus 2026 verscheen in Medical Law International het artikel "The Fiction of Prior Knowledge: Rethinking Informed Consent in Adolescent Gender-Affirming Medical Care"¹ (vrij vertaald: "De fictie van voorafgaande kennis: geïnformeerde toestemming bij trans-bevestigende medische zorg voor adolescenten heroverwogen") van Ezra Oosthoek en collega's, met Annelou de Vries als co-auteur. Het is de zoveelste academische poging om de doelpalen te verzetten nu de genderzorg internationaal onder druk staat. Bij nauwkeurige lezing is het een uiterst absurde publicatie waarin de auteurs, zonder het te beseffen, hun eigen praktijk nog verder ondermijnen.
Wat het artikel beweert
De auteurs zetten de gebruikelijke vraag opzij: of adolescenten wel of niet geïnformeerde toestemming kunnen geven (in het Engels: "informed consent" — toestemming die je pas geldig mag geven als je vooraf goed en volledig bent geïnformeerd). In plaats daarvan bekritiseren ze het medisch-juridische model van geïnformeerde toestemming zelf. Dat model, verankerd in de WGBO (de Wet op de geneeskundige behandelingsovereenkomst, die regelt dat een arts een patiënt eerst goed moet informeren voordat die instemt met een behandeling), veronderstelt een redelijk stabiele patiënt, voorafgaande kennis en een beslissing die aan de behandeling voorafgaat. In de genderkliniek, zo stellen zij, werkt dit niet. Gender is een proces van wording: iets dat nog niet af is en zich pas gaandeweg ontvouwt. Identiteit, begrip en betekenis ontstaan deels tijdens en door de behandeling. Geïnformeerde toestemming raakt daardoor overbelast: ze moet diagnostiek, een gereedheidsbeoordeling (de inschatting of iemand er wel klaar voor is) én zekerheid over de toekomst leveren die ze niet kan waarmaken.
Ze onderscheiden drie mismatchen met de wettelijke aannames:
•
Ontologisch (over wat iets ís, of het al echt bestaat): het "object" (genderdysforie) en de patiënt als stabiel subject ontstaan in de spreekkamer, in plaats van er al te zijn.
•
Epistemisch (over wat we kunnen weten): begrip moet geloofwaardig worden gedemonstreerd.
•
Temporeel (over tijd, over wanneer iets gebeurt): voldoende begrip komt vaak pas tijdens of na de behandeling.
In plaats van te concluderen dat de zorg zich moet voegen naar de wettelijke eisen van geïnformeerde toestemming, draaien ze de redenering om. De mismatch komt doordat gender kennelijk, en volgens de auteurs, een circulair proces is (een proces dat in een kringetje ronddraait, zonder duidelijk begin- of eindpunt) van diagnose, wording en toestemming. Daarom moet geïnformeerde toestemming zelf procesmatig en onzeker mogen zijn. Niet de zorg past zich aan de wet aan; de interpretatie van de ethiek en de wet moet wijken voor de praktijk van de zorg.
Het verdwenen fundament
Jarenlang was de centrale rechtvaardigingsgrondslag voor somatische behandeling bij minderjarigen dat de genderidentiteit vastligt. Persistent, vroeg ontstaan, niet zomaar veranderlijk. Precies die vermeende stabiliteit maakte het legitiem om onomkeerbare of moeilijk omkeerbare stappen te zetten.
Nu die aanname onder druk staat — door desistancecijfers (het aantal jongeren bij wie de genderdysforie vanzelf weer verdwijnt), detransitie, verslagen van spijtoptanten, comorbiditeit en de eigen klinische realiteit — wordt het fundament ineens losgelaten. Gender is nu iets dat "wordt": open, nog niet af, pas gaandeweg kenbaar. Het oude argument ("het ligt vast, dus er is geen andere optie dan somatisch behandelen en dat verdient daardoor de status van noodzakelijke zorg") wordt stilzwijgend ingeruild voor het tegenovergestelde ("het ligt niet vast, dus geïnformeerde toestemming mag onzeker zijn"). Dat is geen wetenschappelijke ontwikkeling. Dat is het verplaatsen van de doelpalen zodra de feiten tegenvallen.
Iatrogene identiteitsvorming
Het artikel stelt dat identiteit, begrip en betekenis deels tijdens en door de behandeling ontstaan. Dat klinkt filosofisch elegant, maar medisch gezien is het een ernstig probleem. Wanneer de somatische interventie zelf meebouwt aan de genderidentiteit en het zelfbegrip van de patiënt, is sprake van iatrogene effecten. Iatrogeen betekent: veroorzaakt door de behandeling zelf, in plaats van iets wat al bestond vóórdat de behandeling begon. Met andere woorden: de behandeling produceert of versterkt mede wat zij zegt te bevestigen — in plaats van simpelweg iets te bevestigen dat er al was.
Somatische genderzorg wordt gerechtvaardigd als bevestiging van een reeds bestaande, vastliggende incongruentie. Als die incongruentie en het bijbehorende zelfbegrip echter deels door de hormonen of andere interventies tot stand komen, is het geen neutrale bevestigende zorg meer (in het Engels: "affirming care"). Dan is de zorg medeverantwoordelijk voor het vormen van de uitkomst waarop zij zich beroept. Bij minderjarigen en bij moeilijk omkeerbare stappen is dat een extra reden tot grote terughoudendheid, niet tot versoepeling van geïnformeerde toestemming.
De eigen data als aanklacht
De interviews die de auteurs zelf presenteren, laten iets veel ernstigers zien dan enkel de filosofische mismatch in de grondpositie.
Eén jongere beschrijft openlijk hoe het systeem werkt:
"Je moest altijd duidelijk aangeven hoeveel dysforie je voelde, waar en waarom. Als je ook maar één ding noemde dat als twijfel kon worden opgevat, was de kans groot dat ze zeiden: 'Oké, hier gaan we aan werken, en je moet langer wachten…' Dus je moest voorzichtig zijn met wat je hun vertelde. Ze vroegen me bijvoorbeeld op een schaal van 1 tot 10… Als je minder dan 6 zei, grepen ze in: 'Oké, stop, we wachten…'"
Oftewel: patiënten overdrijven de klacht, deze patiënt geeft het zelfs openlijk toe, en de specialisten laten dit gebeuren? De eerste en meest urgente stap zou een acuut moratorium (een verplichte, tijdelijke stop) en crisisoverleg moeten zijn over hoe dit probleem op te lossen, alvorens verder te gaan met welke patiënt dan ook.
Een ander:
"Ik realiseerde me vrij vroeg wat er van me werd verwacht. Ik wist: als ik dit antwoord geef, wordt het als 'manlijker' gezien en dat helpt om een diagnose te krijgen… Maar als ik er nu op terugkijk, denk ik dat [mijn gender] veel complexer is dan dat."
Ook deze patiënt verdraait de zelfrapportage dus, en geeft dit openlijk toe. Nog erger: de patiënt kan zelf niet eens formuleren welk gender zij is. Hoe die complexiteit zich dan kenmerkt, staat niet benoemd in dit korte citaat, maar aannemelijk is dat het niet veel duidelijker zal zijn dan "iets tussen een man en een vrouw in". Hoe kan een wens in behandeling worden genomen als de wens niet eens bekend en helder definieerbaar is? Wat zijn dan die kenmerken van dat complexe gender, en waarom vereist een complex gender somatische zorg — en zo ja, waarom voldoet die gekozen vorm specifiek, en is een minder ingrijpende vorm niet de beste oplossing? Elke somatische genderbehandeling beschadigt in meer of mindere mate het lichaam, zowel hormonen als chirurgie. Hoe langer je vragen gaat stellen, hoe onduidelijker het wordt.
Nog een:
"Ze vroegen waarom ik me een jongen voel, en ik zei: ik weet het niet, ik voel het gewoon zo… Ik kon het niet echt uitleggen, want wat ís een jongen eigenlijk?"
Een herhaling van wat hierboven al beschreven staat. De patiënt weet zelf niet eens een antwoord te geven, en weet zelfs niet eens wat een jongen is. Hoe kan de zorgverlener dan begrijpen wat deze patiënt zelf allemaal niet begrijpt en niet kan articuleren?
En over mogelijke latere spijt:
"Stel dat ik ooit terug zou willen — wat ik niet verwacht — dan zou ik het niet echt spijt noemen, omdat dit iets is wat ik op dit moment oprecht heel graag wil… Dus als ik later, als ik 40 ben, denk: 'shit, ik ben een vrouw,' dan heb ik in ieder geval zo'n 25 jaar kunnen leven zoals ik me toen voelde… Ik zou dit nu niet willen laten omdat het later misschien niet meer bij me past."
Ook dit is een opmerkelijk citaat. De patiënt geeft openlijk toe dat zij nooit spijt zal toegeven aan zichzelf. Hoe kan ze dan eerlijk antwoord geven in naonderzoeken?
De jongeren zeggen hier zwart op wit dat zij antwoorden strategisch aanpassen, twijfel onderdrukken en zekerheid overdrijven of veinzen om vertraging te voorkomen en sneller tot behandeling te komen. Dit is geen neutrale zelfpresentatie. Dit is bewuste misleiding om het noodzakelijk zorgvuldige medische systeem mee te ontwijken. Het patroon is niet nieuw: in de podcast The Protocol gaf patiënt zero al toe zelfmoordgedachten te hebben aangedikt om extra druk te zetten.
En het meest schokkend: de artsen weten dit. Desondanks zoeken zij naar coherentie, "gevoel" en authenticiteit, en zetten de somatische zorg in. De auteurs documenteren dit mechanisme en gebruiken het vervolgens om te beargumenteren dat geïnformeerde toestemming moet worden herzien. Zij zien de strategisch manipulatieve antwoorden, erkennen dat de diagnostiek erdoor wordt gevormd, en concluderen niet dat de beoordeling onbetrouwbaar is geworden, maar dat de ethiek moet wijken.
Dit is het punt waarop een moratorium onvermijdelijk wordt. Wanneer uit de eigen data blijkt dat patiënten systematisch leren welke antwoorden tot snellere behandeling leiden, en artsen daarop afgaan bij beslissingen over onomkeerbare of moeilijk omkeerbare ingrepen, is de diagnostische basis aangetast. Dan is doorgaan met somatische zorg niet langer verdedigbaar.
Selectieve logica en blinde vlekken
De auteurs negeren volledig de rol van internet, online scripts en sociale besmetting. Strategische antwoorden worden vooral verklaard vanuit de klinische eisen, alsof TikTok, Reddit en groepen van leeftijdsgenoten niet bestaan.
Dit idee van wording wordt maar naar één kant toegepast. Als gender een open, nooit afgerond proces is, dan is het net zo logisch dat dat proces ook weer terug kan lopen — detransitie, veranderde wensen, latere inzichten zijn dan net zo normaal als de oorspronkelijke wens. Onomkeerbaarheid wordt wel genoemd, maar dit wordingskader wordt vooral gebruikt om de eisen van geïnformeerde toestemming te versoepelen, niet om de somatische zorg strenger te begrenzen.
Sommige auteurs hebben zelf genderzorg ontvangen of verleend en stellen expliciet dat zij de zorg niet willen afschaffen. Dat brengt in beeld dat zij geen neutrale positie hebben. De financiering komt van ZonMw, de Nederlandse organisatie die wetenschappelijk gezondheidsonderzoek betaalt. Opmerkelijk: Annelou de Vries verklaarde eerder dat dit ZonMw-geld gebruikt zou worden om de "missing evidence base" te vinden — het ontbrekende wetenschappelijke bewijs voor deze zorg. Van dat bewijs vinden komt in dit artikel niets terug. In plaats daarvan wordt voorgesteld om de ethische en juridische lat rond toestemming te verlagen. Het artikel verschijnt midden in de internationale terugslag na de Cass Review, beperkingen in meerdere landen en groeiende Nederlandse kritiek. Het moment van publiceren en de gekozen richting zijn geen toeval.
Het artikel verwijst naar het advies van de Gezondheidsraad over transgenderzorg voor jongeren (juni 2026). Die raad stelde dat geïnformeerde toestemming een proces kan zijn onder onzekerheid. De Gezondheidsraad heeft daarmee ruimte gelaten, maar heeft niet geadviseerd om een praktijk in stand te houden waarin strategische misleiding beloond wordt en artsen daarop onomkeerbare stappen baseren. Het artikel gebruikt die ruimte om de spanning met de WGBO te normaliseren in plaats van op te lossen.
Een van de auteurs, Martine de Vries, zat in de commissie van de Gezondheidsraad. Er is dus sprake van een zelfreferentie naar dat rapport van juni 2026. De tekst laat achterwege dat een groep ouders voorafgaand aan de publicatie van het Gezondheidsraad-rapport zelf een rapport² heeft ingediend bij de Gezondheidsraad, dat daarvan een ontvangstbevestiging bestaat, en dat het door de commissie zou worden meegenomen in de evaluatie voorafgaand aan hun eigen rapport. Het rapport van de ouders verwijst in hoofdstuk 2.3 naar het boek van De Cuypere (Transseksualiteit, 1995), waarin expliciet gewaarschuwd wordt voor verdraaiing van zelfrapportage door patiënten en waarin zorgverleners wordt opgeroepen hier alert op te zijn tijdens het behandeltraject. Dit staat in schril contrast met wat de auteurs van dit artikel nu beschrijven.
Conclusie
De publicatie van Oosthoek, De Vries et al. is academische schadebeperking (het zoveel mogelijk indammen van imago- en geloofwaardigheidsschade) die in zijn eigen valkuil loopt.
Eerst werd de zorg uitgerold op het verhaal dat genderidentiteit vastligt — persistent, vroeg ontstaan, stabiel genoeg om somatische interventies te rechtvaardigen. Nu dat fundament wegvalt, wordt verzocht het ethische en juridische kader rondom geïnformeerde toestemming bij te stellen. Gender mag "in wording" zijn. Geïnformeerde toestemming mag onzeker en procesmatig zijn. De wet vraagt echter om voorafgaande zekerheid en oprechte informatie. De praktijk levert die niet. In plaats van de praktijk aan te passen, wordt het nut van geïnformeerde toestemming zelf ter discussie gesteld, met een oproep om die te versoepelen.
Wanneer dit in beeld komt, is de enige verantwoorde reactie een acuut moratorium op somatische genderzorg voor in ieder geval minderjarigen en jongvolwassenen — maar waarom niet ook volwassenen? Want wat is er nog over van de waarheidstoetsing op de zelfrapportages? Totdat de diagnostiek aantoonbaar is hersteld en de veiligheid van patiënten niet langer ondergeschikt blijft aan de wens om door te behandelen.
Bronnen
1. Oosthoek, E. et al. "The Fiction of Prior Knowledge: Rethinking Informed Consent in Adolescent Gender-Affirming Medical Care", Medical Law International, augustus 2026. journals.sagepub.com
2. Dit rapport van ouders is vanwege een aantal privacygevoelige aspecten niet publiekelijk beschikbaar. Genspect heeft een kopie ontvangen en kan bevestigen dat de bron bestaat en juist is toegepast in dit artikel. Genspect streeft ernaar deze bron en/of de inhoud ervan publiekelijk beschikbaar te stellen zodra hier het juiste moment voor is.
Genspect publiceert diverse auteurs met verschillende perspectieven. Standpunten in dit artikel zijn die van de auteur en weerspiegelen niet noodzakelijk het officiële standpunt van Genspect.
