(10) Borstvoeding door mannen aan baby’s – een onderzoek van Norah van Mello, lid van de gendercommissie van de Gezondheidsraad

2 november 2026

|

Redactie Genspect Nederland

|

Analyse

Norah van Mello, co-auteur van het case report over lactatie-inductie en lid van de Gezondheidsraad-commissie over transgenderzorg voor jongeren

Norah van Mello is co-auteur van het case report over lactatie-inductie bij een man, WPATH-lid en structureel geraadpleegd deskundige in de Gezondheidsraad-commissie over transgenderzorg voor jongeren.

Altijd als je bij trans denkt: ‘Gekker dan dit zal het niet worden…’, is er wel een specialist die zegt: ‘Hold my beer…’. Dit keer gaat het om een man die via hormonen ‘borstvoeding’ gaf aan een pasgeborene, en om een van de auteurs die zitting heeft in de commissie die de Gezondheidsraad adviseert over transgenderzorg voor jongeren.

Pointer kiest de verkeerde vijand

Vorige week had Pointer opnieuw een ideologische uitschieter. De toename van ‘haat tegen transmensen’ werd grotendeels geweten aan het activisme van Caroline Franssen en GZ-psycholoog Roelien den Ouden. Pointer zette daarmee goed geïnformeerde vrouwen neer als de bron van het probleem, in plaats van de medische praktijken zelf onder de loep te nemen.

Genspect Nederland mengt zich zo min mogelijk in de cultuuroorlog. Het medische schandaal is ernstig genoeg. Wie dat oplost, lost ook een groot deel van de vrouwenrechtenconflicten op. Pointer zou er goed aan doen om zich weer als factcheck-programma te gedragen.

Het experiment

Roelien den Ouden wees gisteren op een schrijnend voorbeeld:

‘In elk geval vind ik het onbegrijpelijk dat drie Nederlandse auteurs van een artikel over lactatie door een zich als ‘trans’ identificerende man, om zijn kind borstvoeding te kunnen geven (Van Amesfoort, Van Mello en Van Genugten) de gegeven motieven zonder meer voor waar aannemen, namelijk zijn partner ontlasten en een betere band met kind opbouwen.

Terwijl er andere en betere wegen zijn (sommige al tienduizenden jaren uitgeoefend) om die doelen te bereiken.

Dat de auteurs geen medisch-ethische vraag hadden bij zijn verzoek, wijst al op een beperkt conceptueel universum. Dat ze hun lactatie-opwekkende procedure vervolgens aanprezen voor ‘parent-infant bonding’ bevestigt dat. Want wie gaan hier misbruik van maken?

Overigens: na twee weken stopte het experiment al. Het kind wilde niet drinken, en de man produceerde te weinig melk (‘melk’ was het woord van de auteurs: maar was het wel melk? Of een vloeistof waarin veel domperidon zat en andere medicatie?)

Enfin. Zo maakbaar is de biologische realiteit niet. Maar het kind heeft twee weken lang wel aan de tepels van deze man moeten zuigen…’

Bron: X-post Roelien den Ouden

In Nederland is door een biologische man die zich als vrouw identificeert ‘borstvoeding’ gegeven aan een pasgeborene. Via hoge doses oestrogeen, progesteron en domperidon werd een kleine hoeveelheid tepelvocht opgewekt. De auteurs noemen dit “melk”, maar de samenstelling is niet geanalyseerd. Na twee weken werd gestopt omdat de baby niet wilde drinken en de productie laag bleef (maximaal circa 7 ml per dag).

Een baby kan geen informed consent geven. Toch is dit kind blootgesteld aan een experiment waarvan de medische noodzaak ontbreekt en waarvan de langetermijngevolgen onbekend zijn. Bovendien blijft de vraag onbeantwoord of hier, naast de genoemde motieven van bonding en ontlasting van de partner, ook andere (seksuele) drijfveren een rol speelden.

Waarom het biologisch niet kon werken

Hormonen kunnen het volume van een mannenborst vergroten, maar vooral door extra vetweefsel. Het klierweefsel dat nodig is voor echte melkproductie ontbreekt grotendeels. Het schema hieronder zet beide situaties naast elkaar.

Schema met Nederlandse tekst: links een natuurlijke vrouwenborst met veel melkproducerende lobuli en melkgangen, rechts een door vrouwelijke hormonen vergrote mannenborst die vooral uit vetweefsel bestaat en nauwelijks klierweefsel heeft

Links een vrouwenborst met een uitgebreid netwerk van melkproducerende kwabjes en melkgangen. Rechts een door oestrogeen vergrote mannenborst: de toename is vooral vetweefsel, met slechts zeer weinig klierweefsel en onvolledige melkgangen. Daardoor komt er niet alleen te weinig vocht op gang: dat vocht heeft ook niet de samenstelling van moedermelk, met de voedingsstoffen en afweercellen die een baby nodig heeft. De baby zuigt dan in feite aan een lege fles.

Het gaat niet alleen om de hoeveelheid. Moedermelk is een levend, dynamisch product. De moeder reageert via de zuigprikkel op de behoefte van de baby, het vetgehalte verandert in de loop van de lactatieperiode, en bij een zieke baby voegt het lichaam extra afweercellen toe. Vloeistof die met oestrogeen, progesteron en domperidon wordt opgewekt, kent geen van die regelmechanismen. De samenstelling is in deze casus bovendien nooit geanalyseerd. Er is dus geen enkele reden om aan te nemen dat die voldoende voedingsstoffen en afweercellen bevat.

De auteurs en Norah van Mello

De studie is van Jojanneke van Amesfoort, Norah van Mello en Renate van Genugten (International Breastfeeding Journal, 2024).

Norah van Mello verdient bijzondere aandacht. Zij is:

•

Co-auteur van dit case report;

•

WPATH-lid en co-auteur van het hoofdstuk Fertility & Reproduction in de WPATH Standards of Care 8;

•

Structureel geraadpleegd deskundige in de Gezondheidsraad-commissie over transgenderzorg voor jongeren;

•

Betrokken bij de actualisatie van het Dutch Protocol.

WPATH wordt momenteel aangeklaagd door de Amerikaanse FTC en de staten Alaska, Iowa, Nebraska en Texas wegens misleidende claims over de veiligheid en noodzaak van genderbehandelingen bij minderjarigen. De Standards of Care 8, waaraan Van Mello meewerkte, staan centraal in die zaak.

Hoe kan iemand die zo diep in deze ideologische lijn zit – tot het punt dat zij meewerkt aan een publicatie waarin hormoonopgewekt tepelvocht van een man als ‘melk’ wordt gepresenteerd en als bonding-instrument wordt aangeprezen – nog neutraal en kritisch reflecteren op de somatische genderzorg in Nederland?

De aanwezigheid van Norah van Mello in de Gezondheidsraad-commissie maakt het rapport over transgenderzorg voor jongeren op zijn minst controversieel.

Wat nu?

Dit dossier verdient serieuze aandacht van de medische tuchtcolleges, de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd, de politiek én de kinderbescherming. Het gaat hier niet om ‘haat’, maar om de grenzen van medische ethiek, informed consent en de bescherming van pasgeborenen.

Genspect Nederland roept de verantwoordelijke instanties op dit zorgvuldig te onderzoeken.

Bronnen

•

Roelien den Ouden: X-post

•

Van Amesfoort JE, Van Mello NM, van Genugten R. Lactation induction in a transgender woman: case report and recommendations for clinical practice. Int Breastfeed J. 2024. DOI: 10.1186/s13006-024-00624-1

•

Amsterdam UMC-profiel Norah van Mello

•

WPATH Standards of Care Version 8

•

FTC + Alaska, Iowa, Nebraska, Texas v. WPATH (juni 2026)