9 oktober 2026
Loze paniek over “buitenlandse haatmiljoenen”: wat de feiten wél laten zien
D66-fractievoorzitter Jan Paternotte waarschuwt voor buitenlandse miljoenenstromen achter Nederlandse “haatcampagnes” tegen lhbti’ers. Het klinkt alarmerend, maar wie de bronnen erbij pakt, ziet vooral een breed gedefinieerde categorie, veel binnenlands geld en een klassiek paniekframe.
Redactie Genspect Nederland

D66-fractievoorzitter Jan Paternotte waarschuwt voor buitenlandse miljoenenstromen die Nederlandse “haatcampagnes” tegen lhbti’ers zouden financieren. Hij baseert zich op een Europees rapport. Het klinkt alarmerend. Maar wie de bronnen erbij pakt, ziet vooral een breed gedefinieerde categorie, veel binnenlands geld en een klassieke paniekframe.
De claim
Paternotte verwijst naar rapporten van het European Parliamentary Forum for Sexual and Reproductive Rights (EPF): Tip of the Iceberg (2021) en The Next Wave (2025). Die tellen respectievelijk zo’n 700 miljoen dollar (2009–2018) en 1,18 miljard dollar (2019–2023) aan “anti-gender” financiering in Europa. Nederland zou daarin meespelen met tientallen miljoenen. Oxfam Novib spreekt over vier Nederlandse organisaties die samen zo’n 20 miljoen euro ontvingen.
Zembla’s onderzoek “Gods lobbyisten” (2025) voegt daar bijna 60 miljoen dollar uit Amerikaanse conservatieve organisaties aan toe, deels gelinkt aan Project 2025 en de Alliance Defending Freedom (ADF). Een Nederlandse speler die regelmatig genoemd wordt, is Henk Jan van Schothorst van Christian Council International.
Wat de rapporten écht meten
De EPF-definitie van “anti-gender” is uitzonderlijk ruim. Er valt onder:
- klassiek pro-life werk (VBOK, Schreeuw om Leven);
- campagnes tegen bepaalde seksuele voorlichting of de Week van de Lentekriebels (Civitas Christiana / Gezin in Gevaar);
- de Europese partij ECPM (waar de ChristenUnie bij aangesloten is);
- kritiek op snelle medische transitie bij minderjarigen of op “genderideologie”.
Veel van dit werk is geen “haatcampagne tegen lhbti’ers”. Het gaat over abortus, ouderlijke rechten, seksuele educatie of de vraag of puberteitsremmers en chirurgie de beste zorg zijn voor genderdysforie bij jongeren. Dat laatste is precies het terrein waar Genspect zich al jaren mee bezighoudt: evidence-based zorg in plaats van ideologie.
Een groot deel van het getelde geld is bovendien Europees of Nederlands, niet “buitenlandse miljoenen”. Donaties van Nederlandse burgers aan pro-life of pro-gezin organisaties worden in dezelfde pot gegooid als Amerikaanse ADF-gelden of Hongaarse staatsfinanciering. Dat maakt de claim van “buitenlandse haatstromen” een stuk minder scherp.
Zembla: echte netwerken, overdreven impact
Zembla toont aan dat er wel degelijk Amerikaanse conservatieve geldstromen naar Europa lopen en dat er contacten bestaan met Nederlandse figuren. Dat is relevant en verdient transparantie. Maar “bijna 60 miljoen in zeven jaar voor heel Europa” is geen bewijs dat Nederlandse straten of scholen overspoeld worden door door buitenlanders betaalde haatcampagnes. De meeste zichtbare Nederlandse acties (petities, schoolflyers, Mars voor het Leven) drijven op binnenlandse steun.
Het paniekframe
Het probleem is niet dat er conservatieve of religieuze netwerken bestaan. Die zijn er altijd geweest. Het probleem is de framing: elke kritiek op genderideologie, elke vraag over de Cass Review of over medische transitie bij minderjarigen, wordt al snel onder “anti-lhbti-haat” geschaard. Zo wordt legitiem maatschappelijk debat tot buitenlandse samenzwering gemaakt.
Dat is riskant. Het polariseert, het maakt onderscheid tussen redelijke kritiek en echte haat onmogelijk, en het leidt de aandacht af van wat wél aantoonbaar speelt: stijgende cijfers van genderdysforie bij adolescenten, de zwakke bewijskracht van het affirmatieve model, en de toenemende maatschappelijke druk om biologische realiteit te ontkennen.
Conclusie
Er zijn buitenlandse conservatieve geldstromen. Er zijn netwerken die traditionele gezinswaarden en pro-life standpunten verdedigen. Er is ook legitieme, evidence-based kritiek op genderideologie. Dat is iets anders dan “buitenlandse miljoenen voor Nederlandse haatcampagnes tegen lhbti’ers”.
Wie paniek zaait met te ruime definities en selectieve cijfers, ondermijnt het debat. En juist dat debat – over zorg, wetenschap en de rechten van kinderen – hebben we hard nodig.
Dit artikel is geschreven voor een publiek dat feiten boven frames stelt. Genspect staat voor evidence-based benaderingen van genderdysforie, niet voor haat of polarisatie.
