Genspect Nederland logo
Onderzoek

1 oktober 2026

De media kiezen deugen boven feiten: meer transgender daders dan slachtoffers bij Britse homicides, en stilte over mannen die in de cel ‘trans’ worden

Michael Biggs en Ace North (Oxford) analyseerden alle Britse homicides van 2000 tot 2025 waarbij transgender personen betrokken waren. Hun bevinding past slecht in het dominante verhaal.

Redactie Genspect Nederland

Michael Biggs en Ace North (Oxford) analyseerden alle homicides in Groot-Brittannië van 2000 tot 2025 waarbij transgender personen betrokken waren. Hun bevinding is helder en ongemakkelijk voor het dominante verhaal: er waren meer transgender daders dan transgender slachtoffers. Zelfs als je degenen uitsluit die pas ná hun opsluiting een transgender identiteit claimden, blijft het patroon staan. Bijna alle betrokkenen waren bij geboorte mannelijk en identificeerden zich later als transvrouw. Het daderschap volgt het mannelijke patroon, niet het vrouwelijke.

De cijfers zijn klein maar eenduidig. Er waren 11 transgender slachtoffers (allemaal natal mannelijk, identificerend als vrouw). Daartegenover stonden 15 tot 20 transgender daders (afhankelijk van de classificatie), waarvan het merendeel eveneens natal mannelijk. De ratio slachtoffer/dader voor deze groep ligt dicht bij die van mannen in het algemeen en ver af van die van vrouwen. Geen opwaartse trend in slachtoffers ondanks de sterke groei van de trans-identificerende populatie. Veel slachtoffers zaten in prostitutie of kenden hun dader via datingapps; ‘transfoob’ motief bleek zelden doorslaggevend.

Wat de media ermee deden, is minstens zo onthullend. De BBC publiceerde in dezelfde periode meer dan vier keer zoveel artikelen over transgender slachtoffers als over transgender daders. Elk slachtoffer kreeg gemiddeld ruim twaalf stukken; elke dader rond de vier. Bij daders werd de transgender identiteit bovendien vaak weggelaten of pas later genoemd, terwijl die bij slachtoffers prominent in de lead stond. Eén zaak (Brianna Ghey) domineerde de berichtgeving en versterkte het beeld van een ‘epidemie’ van geweld tegen transpersonen. Het resultaat: een publieke perceptie van uitzonderlijke kwetsbaarheid die de feiten niet ondersteunen.

Dit is geen neutrale journalistieke selectie. Het is een morele keuze. Het slachtofferverhaal past naadloos in de heersende deugdzaamheid: transpersonen als de meest kwetsbaren, mannelijkheid als bron van gevaar, en elke nuance als ‘haat’. Feiten die dit doorbreken – dat natal mannen die zich als vrouw identificeren het daderschapspatroon van mannen behouden – zijn lastig. Ze ondergraven het idee dat ‘genderidentiteit’ sekse overstijgt en dat beleid (gevangenissen, sport, ruimtes) daarop gebaseerd moet worden. Dus worden ze geminimaliseerd of genegeerd.

Hetzelfde patroon zien we bij gevangenissen. Een groot deel van de mannen die zich in de cel als vrouw identificeren, zat al vast voor seksuele delicten of geweld. Recente Britse cijfers laten zien dat rond de 60 procent van de ‘transvrouwen’ (legaal man, identificerend als vrouw) veroordeeld is voor minstens één seksueel delict – ver boven het percentage in de algemene mannelijke gevangenispopulatie (rond 17 procent). Veel van hen claimen de identiteit pas ná de veroordeling. Dat is geen geheim; het is herhaaldelijk gedocumenteerd in officiële statistieken en FOI-verzoeken. Toch krijgt dit nauwelijks de structurele aandacht die één dramatisch slachtofferverhaal wel krijgt. Wanneer een man na een verkrachting of moord ineens ‘zij’ wordt, is dat zelden voorpaginanieuws in de progressive media. Het past niet in het script.

De media handelen hier niet als onpartijdige verslaggevers, maar als morele gatekeepers. Feiten die het deugdzame narratief bevestigen, worden uitvergroot. Feiten die het compliceren of weerleggen, worden weggemoffeld of geframed als ‘context’ of ‘uitzondering’. Het resultaat is een publiek debat dat steeds verder van de empirie afdrijft: beleid gebaseerd op gevoelens en identiteitsclaims in plaats van op sekse, criminaliteitspatronen en risico. Biggs en North leggen dat bloot met data. De vraag is of de media bereid zijn die data serieus te nemen, of dat deugdzaamheid blijft winnen van waarheid.

Bron

Michael Biggs en Ace North (Oxford) — studie op SSRN