1 oktober 2026
Meegaan is nog geen zorg: waarom automatische bevestiging tekortschiet
Als een jongere zegt trans te zijn, is meegaan in naam en voornaamwoorden vaak de eerste reflex. Maar is automatische bevestiging ook goede zorg? Een nuchtere blik op wat de internationale evidence-reviews wel en niet zeggen.
Redactie Genspect Nederland

Wanneer een jongere zegt dat hij of zij trans is, is de reactie in veel scholen, gezinnen en praktijken vrijwel automatisch: je gaat mee. Nieuwe naam, andere voornaamwoorden, en liefst zo snel mogelijk. Dat voelt vriendelijk en veilig. Maar de vraag is of vriendelijkheid hetzelfde is als zorg, en wat we eigenlijk weten over de gevolgen van die aanpak.
Wat is affirmatieve zorg?
Bij het affirmatieve model geldt de uitspraak van het kind of de jongere als vertrekpunt. Er wordt geen onderzoek gedaan naar wat er speelt; de focus ligt op het ondersteunen van de ervaren identiteit, met sociale transitie als eerste stap en medische behandeling als mogelijk vervolg. Voorstanders benadrukken terecht dat jongeren met genderdysforie kwetsbaar zijn en respect verdienen. Daar zijn we het mee eens. De vraag is alleen of een model dat vooral bevestigt ook genoeg ruimte laat voor goed onderzoek.
Wat zeggen de evidence-reviews?
In de afgelopen jaren hebben meerdere landen de wetenschappelijke onderbouwing van gendergeneeskunde voor minderjarigen onderzocht, en kwamen tot opvallend vergelijkbare conclusies:
- Finland (COHERE, 2020) stelde psychosociale ondersteuning voorop en zette medische behandeling alleen in na zorgvuldige beoordeling.
- Zweden (Socialstyrelsen, 2022) concludeerde dat de risico's van puberteitsremmers en hormonen op dit moment zwaarder wegen dan de verwachte baten, en beperkte behandeling tot uitzonderlijke gevallen.
- Noorwegen (Ukom, 2023) oordeelde dat de kennisbasis onvoldoende is en pleitte voor een voorzichtiger koers.
- Verenigd Koninkrijk (Cass Review, 2024) vond dat het bewijs voor puberteitsremmers en hormonen bij jongeren zwak is, en dat sociale transitie geen neutrale handeling hoeft te zijn: de effecten op de lange termijn zijn onduidelijk.
Opvallend is dat deze rapporten niet zeggen dat jongeren met genderdysforie genegeerd moeten worden. Ze zeggen dat er te weinig bewijs is voor een snelle, standaard bevestigende route.
Waarom onderzoek tóch nodig is
Veel jongeren die zich melden bij de genderzorg hebben daarnaast andere problemen, zoals angst, depressie, autisme, trauma of worstelingen met seksuele oriëntatie. Een zorgverlener die uitsluitend bevestigt, loopt het risico dat die onderliggende vragen onbesproken blijven. Goede zorg is daarom exploratief: ze neemt het gevoel serieus, maar onderzoekt ook wat eraan voorafging, wat het jongere probeert op te lossen en welke zorgen er verder zijn.
Dat betekent niet dat je iemand zijn of haar ervaring afneemt of tegenspreekt. Het betekent dat je niet bij voorbaat een uitkomst veronderstelt. Een open gesprek, waarin twijfel mag bestaan, is geen afwijzing. Het is juist een teken van respect.
Ouders, scholen en zorgverleners
Wat kan dat in de praktijk betekenen?
- Luister eerst, en reageer niet direct met een vaste lijn voor of tegen.
- Betrek ouders en verzorgers bij belangrijke beslissingen, zeker bij minderjarigen.
- Maak onderscheid tussen respectvol bejegenen en het formeel vastleggen van een identiteit voordat er onderzoek is gedaan.
- Geef eerlijke informatie over onzekerheden, onomkeerbare gevolgen en de ervaringen van mensen die later spijt kregen of hun transitie stopzetten.
Terughoudendheid is geen onvriendelijkheid
Terughoudendheid in medische zaken is een kernprincipe van goede geneeskunde, zeker wanneer de evidence beperkt is en de gevolgen ingrijpend zijn. Wie jongeren serieus neemt, neemt ook hun toekomst serieus. Meegaan voelt warm, maar echte zorg vraagt meer dan dat: tijd, nieuwsgierigheid en de bereidheid om samen te onderzoeken wat een jongere werkelijk nodig heeft.
Bronnen
Cass Review, eindrapport (Verenigd Koninkrijk, 2024)
Socialstyrelsen, richtlijn genderdysforie bij minderjarigen (Zweden, 2022)
COHERE Finland, aanbeveling (2020)
Ukom, rapport over zorg voor kinderen en jongeren met genderincongruentie (Noorwegen, 2023)
