8 oktober 2026
“Een onmenselijke wet” – maar de echte onmenselijkheid lag elders
Het nieuwe Radboud-rapport over de oude Transgenderwet beschrijft het leed van betrokkenen. Maar het mist de kern: de wet was niet te streng, hij was principieel fout omdat hij deed alsof geslacht veranderbaar is. Diezelfde fout leeft voort – nu onder hippere labels.
Redactie Genspect Nederland

Op 8 oktober 2026 verscheen het rapport Een onmenselijke wet van de Radboud Universiteit. In opdracht van het ministerie van OCW beschrijft het hoe de Transgenderwet van 1985 tot 2014 “diep menselijk leed” veroorzaakte. De wet maakte onomkeerbare sterilisatie en lichamelijke aanpassing tot voorwaarde voor wijziging van de geslachtsregistratie. Niemand werd gedwongen: wie zijn registratie wilde wijzigen, koos zelf voor die route. Transactivisten framen de voorwaarde als een “perverse prikkel” of als dwang, maar dat is hun frame, niet de feitelijke gang van zaken.
De staat heeft daar al eerder excuses voor gemaakt. In 2020–2021 volgden de officiële excuses en een onverplichte tegemoetkoming van €5.000 per persoon voor wie tussen 1985 en 1 juli 2014 die fysieke transitie had ondergaan. Het rapport van nu herhaalt en versterkt dat narratief: de oude wet was een schending van de lichamelijke integriteit.
Of de voorwaarde van sterilisatie en chirurgie het leed veroorzaakte dat het rapport beschrijft, is juist betwistbaar. Het rapport bundelt getuigenissen, maar niemand was verplicht om die ingrepen te ondergaan. Dat gezonde organen werden verwijderd en vruchtbaarheid verloren ging, staat vast. Dat de wet mensen daartoe bracht, is een aanname. Een getuigenis is geen bewijs van oorzaak en gevolg, en ook een slachtofferrol kan achteraf een manier zijn om naar een eigen keuze te kijken.
Maar het rapport – en de politieke reactie erop – blijft steken in een incomplete analyse. Het behandelt de oude wet alsof het probleem was dat de staat te zware voorwaarden stelde. In werkelijkheid was het probleem dat de staat überhaupt deed alsof geslacht veranderbaar is.
Geslacht is niet veranderbaar
Biologisch geslacht is bij de mens binair en onveranderlijk. Het wordt bepaald door de gameten die een organisme produceert of zou kunnen produceren: zaadcellen of eicellen. Chromosomen, geslachtsklieren en voortplantingsanatomie volgen daaruit. Hormonen en chirurgie kunnen secundaire kenmerken wijzigen en de uiterlijke verschijning drastisch veranderen. Ze kunnen niet het geslacht veranderen. Een man die zijn testikels laat verwijderen blijft een man. Een vrouw die haar baarmoeder en eierstokken laat verwijderen blijft een vrouw. Dat is geen mening, dat is biologie.
De oude Transgenderwet ging uit van de tegenovergestelde pretentie: dat je door voldoende snijden en steriliseren “echt” van geslacht was veranderd en daarom de letter in je geboorteakte mocht wijzigen. Die pretentie was de kernfout. De wet was niet te streng; hij was principieel onjuist. Hij medicaliseerde een psychologische toestand tot een biologische claim die niet waargemaakt kan worden.
Van strenge voorwaarden naar laissez-faire – dezelfde fout, andere verpakking
In 2014 werd de sterilisatievoorwaarde geschrapt. Sindsdien kan de letter in de papieren worden gewijzigd op basis van een deskundigenverklaring over “duurzame genderidentiteit”. De wet registreert nog steeds geslacht, maar de procedure is gebaseerd op subjectieve identiteit. Dat is geen vooruitgang; het is dezelfde categorie-fout, nu zonder de medische drempel.
Het resultaat is zichtbaar in de huidige zorgpraktijk. Onder de vlag van “non-binair”, “nullificatie” of “eunuchisme” worden gezonde geslachtsorganen verwijderd of geneutraliseerd. De chirurgische handeling is in wezen dezelfde als bij de oude wet: gezonde weefsels worden opgeofferd aan een identiteitsclaim. Alleen is de motivering nu niet “om de juiste letter te krijgen”, maar “om congruent te zijn met mijn non-binaire of eunuch-identiteit”.
Dit is geen marginale praktijk. Het is de logische voortzetting van de aanname dat het lichaam moet wijken voor de identiteit, in plaats van andersom.
De inconsistente ethiek: FGM versus “genderzorg”
Nederland verbiedt vrouwelijke genitale verminking (VGV/FGM) strikt, ook als een volwassen vrouw er vrijwillig om vraagt. Toestemming maakt het niet legaal. De wet beschermt hier de lichamelijke integriteit van de geslachtsorganen, ongeacht de wens van de betrokkene.
Tegelijkertijd worden onder de noemer genderzorg vergelijkbare of verdergaande ingrepen legaal uitgevoerd en soms vergoed, zodra iemand zich non-binair of eunuch noemt. Lichamelijk is er weinig verschil: gezonde genitale structuren worden verwijderd zonder organische ziekte. Het onderscheid is puur ideologisch. De ene vorm van vrijwillige genitale verwijdering heet “verminking” en is strafbaar; de andere heet “zorg” en is vergoedbaar.
Die scheiding is ethisch onhoudbaar. Of volwassenen mogen beschikken over hun eigen genitale anatomie, of niet. Je kunt niet consequent FGM verbieden en nullificatie faciliteren.
Wat het rapport had moeten zeggen
Het Radboud-rapport had kunnen vaststellen dat de oude wet principieel onjuist was omdat hij uitging van een onmogelijke biologische claim. In plaats daarvan versterkt het de huidige consensus: de fout lag in de zwaarte van de voorwaarden, niet in de pretentie dat geslacht veranderbaar is. Daarmee legt het de basis voor de volgende generatie excuses – over twintig of dertig jaar – wanneer mensen die nu nullificatie of non-binaire chirurgie ondergaan, hun eigen leed claimen.
De staat die in 2021 5.000 euro uitkeerde voor de schade van de oude wet, financiert tegelijkertijd de medische infrastructuur die vergelijkbare schade onder een nieuw label mogelijk maakt. Dat is geen herstel. Dat is herhaling met betere marketing.
Conclusie
Het leed dat het rapport beschrijft verdient aandacht, maar of de wet de oorzaak was, is betwistbaar. Zolang de wet en de zorg blijven doen alsof geslacht een identiteitskeuze is die het lichaam moet volgen, blijft de fundamentele fout intact. De oude wet was onmenselijk omdat hij uitging van iets wat onmogelijk is en daar onomkeerbare medische ingrepen aan koppelde. De huidige praktijk is onmenselijk omdat hij dezelfde onmogelijkheid vrijwillig en gesubsidieerd aanbiedt – en dat “zorg” noemt.
Genspect roept op tot een terugkeer naar de realiteit: geslacht is biologisch, niet te veranderen, en de registratie ervan moet dat weerspiegelen. Alles wat daarvan afwijkt – of het nu de oude wet met zijn medische voorwaarden is of de huidige laissez-faire genderzorg – leidt tot leed, alleen in verschillende verpakkingen.
