Unheard
Mijn hart schreeuwt

Het hart van een moeder breekt, maar vindt vervolgens troost bij anderen die ook het gevoel hebben dat hun zonen en dochters van hen zijn afgenomen.
Transcript
Vanmorgen herinnerde Facebook mij eraan dat ik ooit een knappe zoon had met een glimlach die een hele kamer kon laten stralen.
Op het scherm keek een donkere, knappe, lange jongen me aan, met een stralende lach, staand op het strand. Ik herinner me die vakantie van vijf jaar geleden nog goed. De herinnering stak als een mes in mijn hart, omdat ik weet dat mijn jongen er nu totaal niet meer zo uitziet.
Drie jaar geleden belandde mijn zoon in internetgroepen die hem vertelden dat de reden dat hij zich sociaal niet thuis voelde, niet zijn autisme was, maar dat hij eigenlijk een vrouw was, geen man. Mijn zoon is nu in transitie en gebruikt hormonen, in een poging een onbereikbare droom waar te maken: dat hij een vrouw kan zijn.
Ik weet nog dat het een zondag was, en ik zo uitkeek naar de kerkdienst, waar de muziek, de gebeden en de preek mijn ziel altijd troosten. De mensen daar zijn als familie voor me; ik ken ze al dertig jaar. Maar zodra ik de kerk binnenstapte, werd mijn hart opnieuw doorboord. Daar, naast zijn ouders, stond de vroegere beste vriend van mijn zoon, die even thuis was van de universiteit. Een wat nerdy jongen, net als mijn zoon, die nu uitgroeit tot een knappe, innemende volwassene. Toen zag ik zijn andere vroegere beste vriend, lang en knap. In mijn gedachten zag ik weer hoe de Drie Musketiers samen in de kerk zaten, en daarna met andere jongens uit de gemeente bij ons thuis videogames kwamen spelen. Het verdriet overspoelde me.
Vandaag kaatste de muziek tegen de muren en bracht me geen troost. Terwijl de muziek speelde en de tranen over mijn wangen stroomden, schreeuwde mijn hart naar God: Waarom mijn zoon? Waarom ons gezin? Waarom moet híj degene zijn die zo in de war is, die zijn identiteit wil uitwissen en zichzelf wil vernietigen? Waarom hebben mijn beste vriendinnen hun zonen nog, en ik die van mij niet? Waarom? Waarom? Waarom? De tranen bleven maar komen.
Vandaag was de kerk een plek om te klagen en te rouwen, niet om bemoedigd te worden. En dat voelde vandaag als het enige wat ik kon doen. Ik ben zo verdrietig. Meestal vind ik in de kerk zoveel troost, maar nu was het slechts een extra herinnering aan ons gebroken gezin, en aan de leegte, het hartzeer en het diepe verdriet dat ik voel. Ik liep meteen weg toen de dienst voorbij was; ik heb de studenten niet gedag gezegd, de jongens die vroeger hun zondagmiddagen bij ons thuis doorbrachten om met mijn zoon videogames te spelen. Ik zag ze met elkaar praten en ik wist dat ze later zouden afspreken. Maar mijn zoon zal er niet bij zijn. Niet omdat hij niet welkom is, maar omdat hij zijn verleden en zijn heden heeft herschreven, wie hij is, heeft herschreven. En hij heeft die vrienden achter zich gelaten.
Ik ben gevlucht omdat ik niet wilde dat mensen zouden vragen: Hoe gaat het met je? Wat moet je zeggen als je hart leegbloedt van verdriet? En niemand echt kan begrijpen hoe dat voelt. Mijn gemeente is ongelooflijk liefdevol naar ons toe en hun harten breken met het onze mee. Maar er is een bijzondere soort droefheid die je voelt wanneer anderen jouw verdriet weerspiegeld dragen in hun ogen, terwijl zij zelf niet in jouw situatie zitten. Het is als een spiegel waar ik niet in durf te kijken. Ik kromp ineen bij de treurige blikken in de ogen van anderen, omdat ze me eraan herinneren dat ons gezin is gebroken door sekte-achtige transgroepen, die ons kind hebben gekaapt. Het herinnert me eraan dat wij een gebroken kind hebben dat zijn eigen lichaam stap voor stap ontmantelt, omdat hij een geneesmiddel zoekt voor zijn gebroken hart, terwijl de maatschappij om hem heen hem vertelt dat hij zichzelf zal helen door zichzelf kapot te maken.
Wat doen mensen met een gebroken hart? Ze zoeken andere mensen wier hart om dezelfde of soortgelijke redenen gebroken is. Ik heb deze groep ouders gevonden die het verdriet en de rouw kennen van een kind dat niet meer wil zijn wie het bij de geboorte was. Dezelfde dief die mijn zoon heeft gestolen, heeft ook hun kinderen meegenomen. Ik deins niet terug voor de pijn in hun ogen. Op de een of andere manier geneest de weerspiegeling van hun pijn mijn pijn, omdat we samen hetzelfde juk dragen, verdeeld over vele schouders.
Wij zijn de gewonden in deze genderoorlog die onze zonen en dochters uit onze gezinnen heeft gerukt. We rouwen samen, maar we strijden ook samen. Vandaag huilen we, maar morgen vechten we. Want ik heb ontdekt dat strijden óók een medicijn is voor mijn gebroken hart.