Home / Wetenschap / Methodologische fouten
Methodologische fouten in gendermedisch onderzoek
Wanneer systematic reviews (Cass, SBU, NICE, COHERE, UKOM) concluderen dat de bewijsbasis voor puberteitsremmers en hormonen bij minderjarigen "zwak" of "very low quality" is, baseren zij dat oordeel op een aantal terugkerende methodologische gebreken. Deze pagina inventariseert de zes belangrijkste.
1. Ontbreken van controlegroep
Vrijwel alle invloedrijke studies (Dutch Protocol-cohort, TYC-studies van Olson-Kennedy, Chen et al.) hebben geen onbehandelde controlegroep. Daardoor is het onmogelijk om verbetering toe te schrijven aan de behandeling in plaats van aan tijd, sociale steun, of regressie naar het gemiddelde.
2. Loss-to-follow-up
In de Tavistock-cohort (Carmichael et al., 2021) viel een aanzienlijk deel van de deelnemers uit voor de follow-up. Wie het slechtst af is, valt het vaakst uit — survivor bias maakt dat de gepubliceerde uitkomsten systematisch positiever zijn dan de realiteit.
3. Korte follow-up duur
De meeste studies volgen patiënten één tot drie jaar. Detransitie en spijt manifesteren zich gemiddeld pas na acht tot tien jaar (Littman 2021, Vandenbussche 2022). Korte follow-up onderschat dus structureel de schade.
4. Selectieve uitkomstmaten
Studies rapporteren zelden harde uitkomsten zoals suïcide, fertiliteit, botdichtheid op lange termijn, of seksueel functioneren. In plaats daarvan worden soft outcomes als "gender congruence" of zelfgerapporteerde tevredenheid gebruikt — uitkomsten die per definitie verbeteren wanneer de patiënt de gewenste behandeling krijgt.
5. Selectie-bias bij inclusie
Het oorspronkelijke Dutch Protocol selecteerde alleen psychisch stabiele jongeren zonder comorbiditeit. Wereldwijd werden deze inclusiecriteria daarna losgelaten. Toch worden de uitkomsten van het selecte cohort gebruikt om behandeling te legitimeren voor een veel bredere, comorbide populatie.
6. Geen onafhankelijke replicatie
De Tavistock-replicatie van het Dutch Protocol vond géén verbetering op de gehanteerde psychologische maten (Biggs, 2023). Toch wordt het Dutch Protocol nog steeds geciteerd alsof het bewezen effectief is.
Bronnen
Cass, H. (2024). Final Report. cass.independent-review.uk
Biggs, M. (2023). The Dutch Protocol for juvenile transsexuals: origins and evidence. J. Sex & Marital Therapy.
Littman, L. (2021). Individuals treated for gender dysphoria with medical and/or surgical transition who subsequently detransitioned. Arch. Sex. Behav.
Zie ook
Oorsprong en evaluatie.
Replicatie zonder verbetering.
Hoe bias ontstaat.
Wat blijft er over?